Agenda Lidmaatschap
Over het internet Standaarden
Publicaties Beleid
Over ISOC.nl Voor de pers
Internet Society: Het internet voor iedereen
Word lid van ISOC



 

Samenvatting 'Slim Graafwerk'

In Nederland is het stadium bereikt waarin het gebruik en de capaciteit van de infrastructuur waarover internetverkeer plaatsvindt dusdanige vormen aannemen dat naar verwachting binnen enkele jaren de behoefte zich manifesteert aan een hoogwaardig, fijnmazig netwerk.

Het rapport Slim Graafwerk gaat in op voorzieningen in een stedelijke omgeving. Daaruit mogen geen conclusies worden getrokken ten aanzien van de noodzaak of de mogelijkheden voor glasvezel in het landelijke gebied. Behoeftes en kosten zullen daar anders liggen en niet noodzakelijkerwijze minder dan in 'de wijk'. Waardestijging van onroerend goed zou daar groter kunnen zijn dan in de wijk. Wij pleiten dan ook voor afzonderlijk onderzoek naar de positie van breedbandverbindingen in het landelijke gebied. Vermeden moet worden dat er een te grote restcategorie aan 'niet-aangesloten' woningen zou ontstaan in het landelijk gebied, waar de communicatiebehoefte onderling en met bijvoorbeeld scholen, zorg, e-bedrijven en nutsvoorzieningen misschien het grootst zouden kunnen zijn.

Nut en Noodzaak

In Nederland is de penetratie van internet zeer hoog. Alleen is hier geen sprake van een breedbandige internettoegang zoals de expertgroep die voorziet. Als Nederland voorop wil lopen in informatiserend Europa en het aanbod en gebruik van internetdiensten wil stimuleren, dan is het verwijderen van de flessenhals in de eerste kilometer vanaf werk of woning, een noodzaak. Zonder brede op- en afritten kan er niet veel gebruik worden gemaakt van de elektronische snelweg.

Zowel voor zakelijk gebruik als voor consumenten treedt naar verwachting een verschuiving op van asymmetrische diensten naar symmetrische diensten. Daarmee zal dan ook sterke behoefte ontstaan aan netwerken die grote symmetrische datastromen kunnen verwerken. Met de huidige xDSL en kabelmodems is dat niet mogelijk. Ondanks de kosten van de aanleg (die met name in het graafwerk zitten) zal de vraag naar bandbreedte de mogelijkheden van de huidige infrastructuur verregaand overtreffen.

In dit rapport beschrijven wij een nieuwe situatie: de start van een nieuwe leercurve en de aanleg van een nieuwe aansluitinfrastructuur primair voor computerverkeer. Van belang is dus zodanige condities te scheppen dat de aanleg van zo'n fijnmazige glasvezelinfrastructuur in Nederland sneller of minstens zo snel plaats vindt als in de landen met wie wij onszelf willen vergelijken.

In de huidige situatie is het niet waarschijnlijk dat deze infrastructuur op korte termijn gerealiseerd wordt. Toch is dat om verschillende redenen wel wenselijk. Tot nog toe was de overheid van mening dat aansluiting van alle huishoudens op een breedbandig netwerk een zaak is van de markt. De expertgroep is echter van mening dat hier wel degelijk een rol is weggelegd voor zowel de centrale als de lokale overheden. Enerzijds zijn er issues die alleen door de centrale overheid kunnen en moeten worden aangevat, terwijl de expertgroep anderzijds de verantwoordelijkheid en regie van de uitrol bij de gemeentelijke overheid legt. Gemeentelijke vraagbundeling van glasvezelaansluitingen is in de optiek van de expertgroep de enig mogelijke oplossing om Fiber to the Home aangelegd te krijgen zonder beperkingen van toegang tot diensten of toekomstmogelijkheden.

Een overheidsbijdrage is noodzakelijk om de ontkoppeling van infrastructuur en diensten te verzekeren en het proces van aansluiting te versnellen.

Plan van algemene aanpak en gemeentelijke uitvoering

De belangrijkste doelstelling zou dan ook moeten zijn het versneld realiseren van een gemeentelijke aansluitinfrastructuur die een hoogwaardig dienstenpakket van hogesnelheidsinformatiediensten ondersteunt. Hoewel de expertgroep een rol ziet weggelegd voor de centrale overheid, is het geen optie dat zij zelf de aanleg van een fijnmazig breedbandig netwerk ter hand neemt. Lagere overheden echter kunnen hierin wel degelijk een rol van betekenis spelen. Hierbij doet de expertgroep een tweetal aanbevelingen:

Aanbeveling 1:

Breedbanddimensie inbouwen in bestaande activiteiten

De expertgroep pleit ervoor de kansen om op efficiënte wijze breedband infrastructuren aan te leggen, beter te benutten. Er valt te denken aan een aantal mogelijkheden:

  1. Opstellen van gemeentelijke ondergrondse bestemmingsplannen.
  2. Aanpassing van bouwvoorschriften voor nieuwbouw.
  3. Combineren van breedbandaanleg met aanleg UMTS-basisstations.

Aanbeveling 2:

Stimuleren gemeentelijke initiatieven

De expertgroep stelt aan gemeentes twee modellen voor om de uitrol van glasvezel te versnellen.

  1. Bundeling van de aansluitvraag van consumenten
  2. Bundeling van de aansluitvraag van van middelgrote gebruikers

Vraagbundeling zorgt voor een voldoende dichtheid van belangstellende aansluiters om in de wijk in één keer de grond open te gooien en de benodigde sleuven en buizen aan te brengen. De gemeente heeft de regie over de aanbesteding per wijk.

Aan overheid voorgestelde acties

In het rekenvoorbeeld (bijlage 1) wordt aangetoond dat een overheidsbijdrage van circa 3 miljard gulden stimuleert tot investeringen uit het bedrijfsleven van zo'n 17 miljard gulden. In een periode 10 jaar kan aldus een fijnmazige glasvezelinfrasructuur over 90 procent van het land worden gerealiseerd. De expertgroep is echter van mening dat Nederland (evenals vele andere landen) zich nog vroeg op de leercurve bevindt. Het verdient daarom aanbeveling om te starten met experimenten met beide geschetste modellen. Een overheidsimpuls van 400 miljoen zou voldoende moeten zijn om enkele substantiële experimenten op te zetten.

Mits de lokale overheden hier met voldoende visie, daadkracht en inzet van eigen middelen op inspelen, heeft Nederland de kans zich onder de koplopers in internationaal verband te (blijven) scharen.

Wanneer eenmaal de benodigde ervaring is opgedaan en er een duidelijker beeld is van welke delen van het land niet door de markt zullen worden bediend, stelt de expertgroep voor op dat moment te bezien in hoeverre de overheid structureel moet investeren om te verzekeren dat alsnog alle burgers toegang tot glasvezel krijgen.

Meer over dit rapport


Dit rapport is opgesteld door de ISOC.nl expertgroep Breedband bestaande uit J. E. Andriessen (voorzitter Internet Society Nederland), E. Huizer (directeur business development NOB), F. G.H. van den Broek (managing director Level 3 communications), F. E. Schaake (zelfstandig consultant, tevens associate van M&I/Partners), J. W. van Till(netwerkarchitect Stratix Consulting Group), J. Tammenoms Bakker (directeur GigaPort), C. A. M Neggers (directeur SURFnet tevens Trustee ISOC.org), J.K. Klooster (directeur Verdonck, Klooster & Associates), H.I.M. Nieuwenhuis MBA (director strategy and technology PinkRoccade), F. Kappetijn (manager en business partner Ex'tent), J. L. Volmuller (manager en business partner Arcadis), V. Everts (venture partner Insight Capital) en J. Prins (ouddirecteur ISOC.nl, founder Prins Internet). Waarnemers waren J. J. van Scheijen (afdelingshoofd Ministerie van Economische Zaken), T. Maes (directeur stichting Kennisnet) en J. W. Weck (directeur-generaal Ministerie van Verkeer en Waterstaat)